Posts tonen met het label Nominatie 2009. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nominatie 2009. Alle posts tonen

dinsdag 2 juni 2009

25. Nominatie 2009 - Mariele Mijnlieff en Irene Zwaan van Enova emancipatie-adviesbureau Drenthe

Juryrapport

Nominatie van Mariele Mijnlieff en Irene Zwaan van Enova emancipatie-adviesbureau Drenthe voor de Vaderdagtrofee m/v 2009

Veel gescheiden vaders verkeren in een marginale positie als opvoeder en voelen zich machteloos. Vaders die graag hun verantwoordelijkheid willen nemen zijn kansloos. De echtscheidingspraktijk in Nederland is een moederspraktijk, alle wetgeving gericht op gelijkwaardig ouderschap ten spijt.

Na een scheiding gaat 80% van de kinderen bij de moeder wonen. Ongeveer 10% van de kinderen woont bij de vader. De overige 10% leeft onder co-ouderschap of in een pleeggezin. Vaders verkeren in een ongelijkwaardige positie ten opzichte van moeders na scheiding. Veel vaders denken dat het ouderlijk gezag met het erkennen van het kind al goed zit en komen van een koude kermis thuis als de relatie stukloopt. Tegen die tijd is de bereidheid van de moeder om in te stemmen met gezamenlijk gezag vaak vervlogen. Kinderen worden weliswaar gehoord als ze twaalf zijn, maar zijn dan vaak loyaal naar de moeder bij wie ze al jaren wonen. Vaders die graag hun verantwoordelijkheid willen nemen zijn kansloos. De kwalijke gevolgen voor kinderen worden hierbij onderschat. De echtscheidingspraktijk in Nederland is in feite éénouderpraktijk (lees moederpraktijk), alle wetgeving gericht op gelijkwaardig ouderschap ten spijt.

Tot deze conclusie kwam Enova emancipatie-adviesbureau Drenthe op basis van onderzoek in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen.

Het gaat er niet om moeders te diskwalificeren. De negatieve gevolgen van scheiding voor kinderen zijn beperkt als ouders normaal communiceren en tot afspraken kunnen komen. De huidige dominante praktijk leidt echter tot ongelijkwaardige posities van ouders ten opzichte van elkaar. Dit brengt moeders gemakkelijk in de verleiding hier machtsmisbruik van te maken. Als ze het lastig vindt te overleggen met haar ex, kan ze ervoor kiezen zelf alle beslissingen te nemen. Ze kan de vader op een zijspoor houden, door hem te bestraffen als hij niet volgens haar opvattingen handelt. Ze kan in het scheidingsproces de grotendeels afwezige vader in een kwaad daglicht stellen of vals beschuldigen om zodoende haar eigen rol te verstevigen. Moeders onderschatten de impact van zo’n negatief rolmodel voor haar kinderen. Over het algemeen herhaalt de geschiedenis zich. In feite belemmert zij haar kinderen zo zelf een goede ouder te worden.

Enova emancipatie-adviesbureau Drenthe heeft een zeer belangrijke bijdrage geleverd aan het opnieuw en op een krachtige wijze op de agenda zetten van de ongelijkwaardige positie van (Nederlandse) vaders in ouderschaps- en omgangsregelingen na echtscheiding. De publiciteit is meteen actief gezocht, in de vorm van persberichten en artikelen in kranten, bijdragen aan nieuwsuitzendingen op de radio, waarvoor stad en land werd afgereisd. De media-optredens van met name Mariele Mijnlieff en Irene Zwaan getuigden van een grote inzet en betrokkenheid, kennis van zaken, integriteit en een slagvaardige en zakelijke opstelling in de discussie.

Daarnaast is het van belang te constateren dat de activiteiten van Enova al snel leidden tot relevante maatschappelijke ontwikkelingen en initiatieven, zoals:

  • Marleen de Pater, lid van de CDA fractie in de Tweede Kamer, deed in reactie op het onderzoek uitspraken over de positie van vaders en pleitte ervoor alle vaders bij geboorte te laten registreren en zo ouderlijk gezag te geven.

  • Een groep vaders heeft zich naar aanleiding van het onderzoek verenigd in een netwerk ‘Vaders in beeld’ om de positie van gescheiden vaders te verbeteren

Op grond van het bovenstaande wil ik bureau Enova, i.c. Mariele Mijnlieff & Irene Zwaan, graag en van harte nomineren voor de Vaderdagtrofee m/v 2009.

Deze tekst is voor de jury opgesteld door Prof. dr. Louis Tavecchio, mei 2009

24. Nominatie 2009 - Accountants- en adviesbureau PriceWaterhouseCoopers (PwC)

Juryrapport

Nominatie van accountants- en adviesbureau PriceWaterhouseCoopers (PwC) voor de Vaderdagtrofee m/v 2009

Zoals elke krantenlezer weet, wordt er in Nederland al jaren gepraat over uitbreiding van het kraamverlof voor mannen. Maar er gebeurt niets. Nederland blijft hekkensluiter in Europa, houder van het laagterecord als het gaat om vaderverlof. De jury signaleert met lede ogen dat het onderwerp ‘vaderverlof’ voor politici een sleetse bal is geworden. Om de zoveel tijd geeft een ambitieus Kamerlid er een trap tegenaan, in de wetenschap dat hij of zij er even mee scoort.

De jury is opgetogen over het feit dat accountants- en adviesbureau PriceWaterhouseCoopers (PwC) niet wenste te wachten totdat de politiek een landelijk geldende regeling weten af te spreken. ‘We willen voor eens en altijd af van de perceptie dat PwC en het opvoeden van kinderen niet goed samen zouden gaan,’ zei Ruud Dekkers, lid van de Raad van Bestuur.

In september 2008 maakte het bedrijf bekend dat mannen die vader worden tien dagen volledig betaald verlof kunnen opnemen. Een revolutionaire stap, zeker gezien de competitieve bedrijfscultuur die bij PwC heerst. Als je om vijf uur ’s middags je kantoor verlaat, vragen je collega’s bij wijze van spreken of je een ATV-dag hebt opgenomen.

Het is de jury duidelijk geworden dat het vaderverlof voor PwC méér is dan louter ‘window dressing’. Wie bijvoorbeeld verwachtte dat de regeling zou sneuvelen als gevolg van de economische teruggang, komt bedrogen uit. In het recente overleg over de arbeidsvoorwaarden stond het vaderverlof niet eens ter discussie.

Het verlof vormt voor PwC een vast onderdeel van beleid dat er op is gericht mensen beter te laten functioneren. Uit intern onderzoek van PwC kwam naar voren dat het kunnen combineren van werk en zorg daartoe een voorwaarde is. Het vaderverlof staat ook niet op zichzelf. Het is een deel van een pakket aan maatregelen dat verder onder meer bestaat uit regelingen voor flexibele arbeidstijden, deeltijdwerken, adoptieverlof, langdurig zorgverlof, training voor jonge ouders én ook ‘kinderkantoordagen’ waarbij de kinderen van medewerkers kunnen rondkijken op de werkplekken van pa en ma.

De 4800 medewerkers van PwC Nederland maken massaal gebruik van de regelingen, inclusief de 200 tot 250 mannen die elk jaar vader worden. Waar andere vaders zich in de twee wettelijke verlofdagen die hen is gegund, moeten haasten van aangiftebalie naar kraamvisite, hebben PwC-vaders de gelegenheid een band met hun kind op te bouwen.

‘Ik hoef me niet schuldig te voelen de vrije uren ook echt op te nemen,’ zegt een medewerker die van het vaderverlof gebruik maakte. ‘In de beleving van collega’s is het veel natuurlijker dat je ook echt vrij neemt.’

PwC is niet het eerste commerciële bedrijf in Nederland dat zijn mannen een vaderverlof aanbiedt. Het Utrechtse adviesbureau &Samhoud ging de accountants al in 2006 voor. Alle lof daarvoor.

Maar, naar het oordeel van de jury, verdient PwC het om genomineerd te worden voor de Vaderdagtrofee 2009 vanwege de voortrekkersrol die het bedrijf opeist bij de invoering van het vaderverlof. PwC voerde de regeling allesbehalve stilletjes in. Het bedrijf haalde alle media met zijn vaderverlof en neemt sindsdien ook actief deel aan discussies en congressen over de invoering van arbeid- en zorgarrangementen in het bedrijfsleven.

En, ook internationaal speelt PwC een voorbeeldrol. In meer dan 150 landen kijken meer dan 145.000 medewerkers reikhalzend naar de ontwikkelingen van PwC Nederland, in de hoop dat de verlofregelingen ook voor hen werkelijkheid worden.

PwC Nederland heeft zijn nek uitgestoken, het bedrijf verdient het om zijn moed beloond te zien met deze nominatie voor de Vaderdagtrofee 2009.

Deze tekst is voor de jury opgesteld door Henk Hanssen, mei 2009

23. Nominatie 2009 - Vader Peter Brons en regionaal jeugdcoördinator Antoinette van Blarikom bij de Politie Fryslân

Juryrapport

Nominatie van vader Peter Brons en regionaal jeugdcoördinator Antoinette van Blarikom van Team 8 bij de Politie Fryslân, voor de Vaderdagtrofee m/v 2009

Wanneer in 2001 de scheiding tussen moeder Marina Norbruis (Franeker) en vader Peter Brons (Burgum) wordt uitgesproken, houden beide ouders het gezamenlijk gezag maar wordt zoals in Nederland te doen gebruikelijk aan moeder de zorg en hoofdverblijfplaats over beider zoon Erick toegewezen.

Al direct ontstaan daarbij problemen over de omgang van vader Peter met zijn zoon Erick. Eerst volgen dan enkele mislukte bemiddelingspogingen bij de mediator en de kinderbescherming over de omgang tussen vader en zoon. Moeder weigert vervolgens echter acht jaar lang elke medewerking.

In maart 2007 bepaalt het gerechtshof in Leeuwarden dat er omgang tussen zoon en vader moet komen: “Wij kunnen geen enkele reden bedenken waarom het kind zijn vader niet zou kunnen zien.” Moeder geeft daarbij echter meteen ter zitting al aan het kind niet voor te zullen bereiden op de omgang met vader en wenst hieraan ook verder niet mee te werken. Het Gerechtshof bepaalt daarop tevens dat vader m.b.v. de sterke arm van politie/justitie de uitvoering van het vonnis kan afdwingen. Toen vader zich echter na hernieuwde weigering van moeder uiteindelijk bij het politiebureau meldde, werd dit vonnis van het gerechtshof eerst door de politie afgeserveerd als een “civiele kwestie” en weigerde de politie actie te ondernemen! Vader moest maar weer naar een advocaat en de familierechter gaan.

Vanaf mei 2007 doet vader dan na elke gemiste omgang steeds bij de politie aangifte van “onttrekking aan het ouderlijk gezag” (WvS, Art. 279). Echter eerst na veel aandringen bij, en briefwisselingen met, politie en justitie neemt de politie uiteindelijk deze aangiften ook op.

Bij het opnemen van de aangiften door de politie speelt agente Antoinette van Blarikom – regionaal jeugdcoördinator van Team 8 bij de Politie Fryslân uiteindelijk een belangrijke ondersteunende sleutelrol.

Antoinette van Blarikom werkt als jeugdcoördinator bij de Politie Friesland bureau Harlingen/Franeker en bij behorende Waddeneilanden. De politie te Franeker heeft Antoinette van Blarikom ingeschakeld omdat er een kind in "t spel was en zij vanuit haar expertise haar kennis kon en wilde toepassen.

Vader Peter Brons zegt over haar betrokkenheid het volgende:

“Antoinette van Blarikom is degene geweest die niet alleen het proces verbaal heeft gemaakt maar ook mijn verdriet en boosheid en alle andere emoties heeft aangehoord, en niet alleen dat laatste. Zelf heb ik het ervaren als begeleiding in het gehele proces. Antoinette heeft mij gewezen op mijn rechten maar ook op mijn verantwoordelijkheden. Toen het tot dossiervorming kwam was Antoinette degene die vanuit mijn verhalen zag dat er nog gerechtelijke stukken ontbraken, waarop zij mij verzocht heeft om deze alsnog toe te voegen. Zij had het ook zo kunnen laten. Maar nee, Antoinette wou dat het bij het Openbaar Ministerie (OM) kwam. Het goed opgebouwde dossier is dan ook doorslaggevend geweest voor het OM om de zaak voor de rechter te brengen. Achteraf heb ik zelf mogen vernemen dat ook de Officier van Justitie het een goed opgebouwd en onderbouwd dossier vond. Dit alles is voor een groot deel te danken de inzet en het doorzettingsvermogen van Antoinette van Blarikom. Natuurlijk heeft zij haar werk gedaan maar je kunt je werk op vele manieren doen en zij heeft het mijns inziens grondig en met geduld en betrokkenheid gedaan. Alle lof!!”

Op grond van de door de politie opgenomen aangiften besluit daarop ook het Openbaar Ministerie uit Friesland in het najaar van 2008 tot vervolging en wordt moeder eerst in december 2008 gedagvaard voor de enkelvoudige politierechter. Vanwege het unieke karakter en belang van deze zaak besluit het OM Friesland echter later deze zaak bij de enkelvoudige politierechter terug te trekken om deze op 22 januari 2009 voor te brengen bij de Meervoudige Strafkamer van de rechtbank Leeuwarden. Op 5 februari 2009 veroordeeld deze strafkamer in een voor vaders unieke uitspraak de moeder conform de eis van het Openbaar Ministerie tot 100 uur taakstraf waarvan 40 uur voorwaardelijk voor een periode van 3 jaar. (LJN: BH2027, Rechtbank Leeuwarden,17/754502-08 VON) omdat zij moedwillig de door de rechter beschikte omgang tussen vader en zoon heeft tegengewerkt.

Vader Peter Brons uit Burgum (Frl) zag na 8 jaar wachten geen andere uitweg meer dan aangifte. Hij zegt: “Ik wil als vader graag deel uit blijven maken van het leven van mijn zoon, hem waar nodig helpen bij school en schoolkeuze, hem terzijde staan in verdriet en succes.” “Omdat er in Nederland t.a.v. FAMILY LIFE na scheiding echter tot nu toe geen enkele rechtshandhaving plaatsvindt, bepaald de moeder in feite naar eigen bevinden of een rechtsuitspraak wel of niet wordt nageleefd. In de praktijk had de rechtspraak tot nu toe voor vaders met omgang dus geen enkele praktische betekenis. Als het gaat om moeders die verzoeken om rechtshandhaving, is de politie echter niets te dol en zet men wel klakkeloos het zwaailicht aan.”

De aangifte onttrekking (WvS, Art. 279) werd eerst mogelijk door een Hoge Raadsarrest van 15 februari 2005 (LJN: AR8250, Hoge Raad, 01198/04).

Later schreef ook de Nationale Ombudsman een aanbeveling aan de Nederlandse politie (Nationale Ombudsman Rapport 2007/034) om in dergelijke situaties nu eindelijk ook de aangiften van vaders op te nemen

Motivatie voor nominering

Ca. de helft van de scheidingskinderen verliest na de scheiding alle contact met hun vader. Een belangrijke reden is dat moeders dit contact tegenwerken. Een extreme vorm daarvan is het ouderverstotingssyndroom waarvan volgens een recent onderzoek in ongeveer 20% van de scheidingen met kinderen sprake zou zijn.

Kinderen en hun vaders staan daarbij met lege handen. In het familierecht worden rechterlijke beschikkingen nauwelijks gehandhaafd of zij worden gehandhaafd met ineffectieve middelen (dwangsommen die oninbaar zijn, omgangsots-en, etc). Vaders kunnen - i.t.t. moeders die in het strafrecht met open armen worden ontvangen - eigenlijk nergens terecht wanneer de omgang wordt tegengewerkt.

De mogelijkheid van aangifte van onttrekking via het strafrecht die het Hoge raadsarrest ook aan vaders bood is daarom een uitkomst. Het probleem bij dergelijke aangiften van vaders is echter steeds dat de politie weigert aangiften van vaders op te nemen en vervolgens als dat uiteindelijk gebeurd het OM zonder veel motivatie vervolgens weer besluit tot seponeren en niet-vervolging van de aangifte. Dit in tegenstelling tot dezelfde aangiften van moeders waarbij zowel politie en OM onmiddellijk en met vliegende trom uitrukken.

Deze unieke uitspraak bracht daar verandering in.

Deze tekst is voor de jury opgesteld door Peter Tromp, mei 2009

22. Nominatie 2009 - Vader Deon van Moorsel

Juryrapport

Nominatie van vader Deon van Moorsel voor de Vaderdagtrofee m/v 2009

Chronologische beschrijving

Deon is vader van Tessa (9-10-2000). De moeder weigerde aanvankelijk hem het kind te laten erkennen. Wel had hij een regelmatige (elke zondag) omgangsregeling. Het leek de vader weinig zin hebben om onder die omstandigheden verder een punt te maken van gezag en erkenning.

Op een gegeven moment raakte de moeder in ernstige psychische problemen. Hierdoor en door meldingen bij het AMK ( door psychiater moeder, en een anoniem) raakte jeugdzorg bij Tessa betrokken.

De ernst van de problemen van de moeder maakte dat de Raad voor de Kinderbescherming voorstelde Tessa uit huis te plaatsen. Daaraan voorafgaande was er sprake van een crisisplaatsing in een opvanggezin.

De ouders kunnen zich niet vinden in uithuisplaatsing. Met name de vader denkt met behulp van zijn netwerk ( familie en vrienden) de opvang en opvoeding van Tessa te kunnen organiseren. Raad en Jeugdzorg willen hier niet aan. Via een spreekuur van advocaat Jan van Ruth wordt hij opmerkzaam gemaakt op de mogelijkheid om naar België te vluchten. Hij kan zich daar dan immers onttrekken aan het als rigide te kenschetsen beleid van de Nederlandse jeugdzorginstanties.

Deon is aanvankelijk verbaasd over dit advies. Hij kon zich eerst niet voorstellen dat hij de Nederlandse jeugdzorg als zo onredelijk moest beoordelen.

Met behulp van anderen gaat hij toch aan de slag om (juli 2008) aan dit advies uitvoering te geven. Hij krijgt het voor elkaar dat de moeder alsnog akkoord gaat met gezamenlijk gezag en dus ook erkenning. Hij regelt huisvesting in België en haalt zijn dochter weg bij het opvanggezin, waarna hij met zijn dochter in België gaat wonen.

Het dossier van Tessa gaat over naar de Belgische “Comité bijzondere jeugdzorg” die uitgebreid onderzoek doet en geen redenen ziet tot ernstige zorgen, laat staan een indicatie voor uithuisplaatsing. De ontwikkeling van Tessa is inmiddels voorspoedig te noemen.

Wel verloopt de samenwerking met moeder wisselend. Inmiddels vind de moeder dat Tessa wel weer bij háár kan verblijven (let op vast verblijf; het gaat hier niet over omgang). Dit lijkt nu helaas toch te leiden tot een conflict omdat de vader vindt dat moeder eerst beter moet zijn om het volledige verbijf van Tessa te kunnen behappen.

Deon's zaak en die van andere jeugdzorgvluchtelingen heeft inmiddels de aandacht getrokken van de media. Hij kwam zelf aan het woord in een VPRO-radiouitzending in oktober 2008 en in een netwerkuitzending in maart 2009.

In de laatste uitzending kwam zijn zaak niet erg uitvoerig voor het voetlicht hoewel die schrijnender lijkt dan van het andere geval dat een alleenstaande moeder betrof. Op de site van Netwerk is wel een uitgebreider filmpje te vinden, dat veel meer duidelijk maakt.

In de uitzending van netwerk kwamen 3 kamerleden aan het woord (Hamming VVD, Sterk CDA, Bouchibti, PvdA) die stuk voor stuk het vluchten naar Belgie wensten te bekritiseren en deze uitweg wilden gaan blokkeren. Daarbij gingen ze er zonder meer van uit dat de verplaatsing van de case naar België per definitie zou betekenen dat er een verslechtering van de zorg zou zijn die dan zogenaamd niet “in het belang van het kind” zou zijn.

Fleur Agema van de PVV werd ook geïnterviewd, dit werd niet uitgezonden maar wel te zien op de site van Netwerk. Haar reactie is ongeveer conform die van haar collega's,

Marianne Langkamp van de SP reageerde op de website van de SP.

Deon heeft naar aanleiding hiervan correspondentie gevoerd met Marianne Langkamp die als gebruikelijk daarop antwoordde dat ze niet op individuele zaken kon reageren. Wel werd benadrukt dat er een voorstel voor een parlementair onderzoek jeugdzorg ligt. Deon heeft ook met de VVD gecorrespondeerd.

Zelf heb ik naar aanleiding hiervan nog een mail gestuurd naar Marianne Langkamp. Naar aanleiding daarvan kwamen in een uitgebreid gesprek met haar de bekende vooroordelen over cliënten van jeugdzorg weer eens langs. Ze zouden eigenlijk per definitie klagen (de werkelijkheid is waarschijnlijk dat er juist een heleboel niet durven te klagen), Ze zouden te weinig vertrouwen hebben in de door de staat over ons aangestelde professionals (mij lijkt dat er weinig reden tot vertrouwen is) en er moeten meer rechters komen om de zaken deugdelijker te behandelen (er zijn teveel zaken en dus eerder teveel rechters).

Desondanks steunt de SP het parlementair onderzoek naar de jeugdzorg. Het kost moeite om Marianne duidelijk te maken dat structurele aspecten van misstanden in de jeugdzorgbureaucratie ook structurele gevolgen hebben voor het inhoudelijk functioneren. Oftewel dat er alle rede is om de gang van zaken te wantrouwen.

Uit betrouwbare vertrouwelijke bron weet ik dat er in België ook met politici over deze zaak is gecorrespondeerd om te voorkomen dat deze vluchtroute toch zou worden dichtgetimmerd.

Rouvoet heeft in deze zaak gereageerd met een brief aan de kamer. In het algemeen zijn de misstanden in de jeugdzorg aan de orde gekomen op een zeer druk bezocht congres in Rotterdam (naar aanleiding van de Rotterdamse advocatenbrandbrief over de Jeugdzorg).

Mogelijke contra-indicaties

In het kader van deze nominatie heb ik ook kennis genomen van het raadsrapport inzake de uithuisplaatsing en een rapport over de schoolresultaten van Tessa. Dit is gebeurd om een beeld te krijgen van eventuele ernstige contra-indicaties voor deze nominatie, voorzover dan althans raadsrapportages daar aan kunnen bijdragen. Ik heb hieronder mijn globale conclusies weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met de privacygevoeligheid.

Uit het rapport valt te concluderen dat er wel redenen zijn voor enige zorg met betrekking tot de ontwikkeling van Tessa bij haar moeder. Dit is niet in strijd met wat de vader daar zelf over zegt. Gezien de situatie van de moeder is het aannemelijk dat parentificatie in de relatie met de moeder aan de orde zou kunnen zijn. Ernstigere acute bedreigingen voor de opvoedingssituatie worden in het rapport niet genoemd. De enige acute bedreiging blijkt juist het weghalen van het kind uit voor haar veilige situaties door kinderbescherming en jeugdzorg, zo valt in het raadsrapport zélf te lezen.

De ouders, en met name de vader hebben daarentegen, zo valt uit het raadsrapport op te maken zeer adequate oplossingen aangeboden om uit de problemen te komen. Versterking van de positie van vader in de opvoeding lijkt op zijn plaats. De ondersteuning van het familie-en vrienden-netwerk rond de ouders was een kans voor open doel. De Raad wenste dit echter niet op te pakken en geeft daar eigenlijk geen argument voor. De verder badinerende, niet onderbouwde, mededelingen in het rapport over karakterkenmerken van de ouders, ook die van de vader, zijn kenmerkend voor dit soort raadsrapportages. Vader beschouwt zichzelf als enigszins rationalistisch en de Raad probeert daarvan een negatief punt te maken. Het zegt hoogstwaarschijnlijk dan ook meer over de betreffende raadsmedewerkers dan over de vader, de zijn van geen enkele belang voor de nominatie. Een recente schoolrapportage versterkt het beeld dat het kind floreert onder de hoede van haar vader en is daarmee een onderbouwing van de boven weergegeven visie op dit raadsrapport.

Het geheel past in het algemenere beeld dat vaders als opvoeder niet serieus worden genomen, zelfs niet als hun hulp dringend noodzakelijk is.

Eventuele medenominaties

Door de jury is overwogen advocaat van Ruth (eventueel mede) te nomineren. Van Ruth is een van de weinige advocaten die effectief strijd voert tegen de wantoestanden in de jeugdzorg. Hij is in verband hiermee zelfs vervolgd door jeugdzorg. Hij organiseert bijeenkomsten voor jeugdzorggedupeerden en is ook een aantal keren in de media geweest. Zijn betrokkenheid is echter niet specifiek naar vaders gericht. Daar is op zich natuurlijk helemaal niets mis mee, maar voor een zelfstandige (mede)nominatie te weinig. Wel stel ik voor om Jan van Ruth bij de uitreiking te betrekken.

Overwegingen

Deze nominatie heeft als belangrijke pluspunten:

  • Een vader die zich volledig inzet voor zijn kind. Gewoon uiteindelijk doet wat te doen staat, angst en twijfel overwinnend.

  • Een vader die daarmee op opvallende wijze ook succes boekt en daarmee een uitermate kritische achilleshiel in het deels repressieve karakter van de Nederlandse jeugdzorg raakt.

  • Zijn zaak brengt nogmaals aan het licht hoe de hulpverlening vaders uitsluit bij het realiseren van oplossingen voor hun kinderen.

  • Deon combineert een praktische oplossing met een kritische stelling. Politiek en persoonlijk vallen daarin samen. Hij doet iets en het helpt ook nog. Daadkracht.

  • Deze actie zet het vaderschapsprobleem in een context waar hij hoort. Mensenrechten en asiel.

De gebruikelijke analyse is dat na het meisje van Nulde en Savanna de jeugdzorg teveel naar de andere kant is doorgeslagen. Dit is echter niet juist. Deze nominatie kan daar licht in brengen. Ook bij het meisje van Nulde en Savanna was de vader al buitengesloten. Bij het meisje van Nulde zelfs met politiegeweld.

Wel is er een continue lijn van uitbreiding van de overheidsbemoeienis via instellingen als de jeugdzorg. Het is niet bewezen dat dat een gunstig effect heeft op het welzijn van kinderen en op het handhaven van elementaire mensenrechten. Ergo er zijn veel signalen die er op wijzen dat de bemoeienis van jeugdzorg vaak katastrofaal is, en dat geld met name waar het de verbreking van de vader-kind-band betreft.

Deon is weliswaar duidelijk gemotiveerd, ook door de maatschappelijke kant van de zaak, maar besefte zich aanvankelijk ook niet helemaal hoe ernstig het met de voortschrijdende bemoeienis van jeugdzorg werkelijk zit. En de betrokken politici al helemaal niet.

Deze tekst is voor de jury opgesteld door Joep Zander, mei 2009

Bijlage

Post van mijn weblog met een rijke schat aan links, onder andere naar de Netwerk-uitzending en het overige materiaal van Netwerk. Zie: http://joepzander.wordpress.com/2009/03/05/vluchten-kan-wel-weer/